Opleiden kost tijd: stappen, stappen en nog eens stappen…

0
67

Han Bottelier heeft al zestig jaar ervaring met mennen, dus we zeggen niets verkeerds als we hem een ervaringsdeskundige noemen. Daarnaast is hij praktiserend dierenarts geweest en beschikt derhalve over de nodige anatomische kennis. MenSport ging bij hem op bezoek met een aantal vragen over de opleiding van het jonge menpaard.

Han werd in 1949 geboren in het Friese Noordwolde. Zijn vader studeerde voor de Tweede Wereldoorlog officieel af als ‘veearts’. In die tijd kregen de studenten nog gratis paardrijles en dit maakte hem tot paarden­liefhebber. Als kind werd Han dus meegesleept naar concoursen, paardenmarkten, et cetera. “Bij de jaarlijkse grasbaandraverijen had pa regelmatig ‘dienst’ en dan mocht ik mee op het middenterrein. Het geluid van roffelende paardenvoeten stond daarna in mijn geheugen gegrift.

Een jeugd met paarden

Mijn moeder reed op een ‘Bovenlander’ van een bevriende boer bij een landelijke rijvereniging, waarvan mijn vader dan weer voorzitter was. De lessen van die vereniging vonden altijd op zondagmorgen plaats en al heel jong mocht ik dan in de pauze tussen de dressuur en het springen op dat paard zitten. Ook was ik heel veel bij onze buurman, tussen zijn koeien en bij zijn twee paarden. Trekkers speelde in mijn kinderjaren eigenlijk geen rol, alles gebeurde nog met paarden. Eenmaal groot genoeg om mijn voet op de dissel te zetten, mocht ik ook wel eens het oude paard van die buurman ’s avonds naar het melken mennen. Ik was twaalf jaar toen mijn pa zijn praktijk in Noordwolde verkocht en het gezin verhuisde naar Rheden.”

Paardrijlessen

Vanwege zijn enorme heimwee, zorgde zijn moeder voor afleiding in de vorm van paardrijlessen bij mevrouw Van der Craats. “Zij bracht mij een heilig ontzag bij voor zowel de klassieke dressuur als het Achenbach men-systeem. Tevens bezorgde ze mij achtereenvolgens een plek op de ponyclubs Rhederoord en Middachten. Daar mestte ik stallen uit en poetste ik pony’s en tuigen in ruil voor gratis rijles. Toen ik een jaar of zestien was, kwam ik door een gelukkig toeval in diezelfde rol terecht bij de familie Groenewoud van manege ‘Midden Heuven’. Pa Groenewoud was van origine melkveehouder en belandde via de verhuur van paarden in het manege­gebeuren. Zijn tweede zoon Dick, een leerling van ritmeester Gruppelaar, werd een belangrijke naam op het gebied van het dressuurmatig trainen van springpaarden. Hij heeft mij gevormd als ruiter.

Revival van de vierspansport

De derde zoon Sem werd later een zeer bekende vierspanmenner, lid van de Nederlandse en later de Amerikaanse equipe. Sem is twee jaar jonger dan ik; hij moest vaak met mij mee als groom. Ik mag met zekerheid stellen dat toentertijd op ‘Heuven’ de revival van de vierspanmensport is begonnen. Er liepen coryfeeën rond als vader en zoon Velstra, ‘tante’ Bets Korthagen-Til, Daan Modderman en ook de vader van IJsbrand Chardon, Bram senior, heb ik daar nog zien rijden. Bijzonder op dat manegebedrijf was dat bijna alle paarden ook in het tuig liepen. Regelmatig werd ik samen met een span paarden uitgeleend aan stalhouderij Middelkoop in Velp. Dan kon het maar zo gebeuren dat ik ‘s avonds samen met Daan Modderman aan de stamppot zat bij moeder Middelkoop. Ook heb ik een zomer lang samen met Nicky van Everdingen met een coach een lijndienst voor Groenewoud gereden. Dus ja, ik heb bijna 60 jaar ervaring tussen, op en achter paarden. Overigens heb ik net zoveel in het zadel als op de bok gezeten. Ik wist niet wat ik eigenlijk leuker vond. Die keus is nu voor me gemaakt: vanwege mijn leeftijd durf ik niet meer op een paard.”

Dat als ‘korte’ kennismaking met Han Bottelier; het artikel gaat daarna in op het africhten van het jonge menpaard. Het hele artikel lees je in MenSport nummer 4, die je kunt bestellen via paardenmagazines.nl.

Tekst en foto: Gemma Jansen