Ingrid Blekkenhorst: “Ze is voor ons een lot uit de loterij”

0
217

Ingrid Blekkenhorst kreeg op haar veertigste verjaardag haar eerste eigen paard. Ze wilde een rijpaard waar ze lekker het bos mee in kan. Maar dat verliep net even anders. “Tien jaar geleden stond er een tuiger in de wei bij de baas van mijn man en die wilde het paard niet meer. De tuiger zou dan naar de slager gaan of een nieuwe kans krijgen als ze naar ons kwam.

Slacht

“We hebben toen besloten het paard te nemen, al was ze wel heel eigenzinnig. Het eerste jaar dat ik haar had, waren we eigenlijk bang voor elkaar. Wat moet ik met dit paard? Die gedachte bleef ik houden, maar ik wilde het toch niet zomaar opgeven. Ik heb me toen ingelezen en ben haar gaan beleren. Na een jaar of drie wilde ik haar alsnog weer verkopen. Het was niet wat ik wilde, want ik kon niet zelf op pad gaan. Uiteindelijk heb ik dat niet gedaan en na tien jaar kan ik alles met haar doen.”

Hersenkneuzing

Het waren jaren met letterlijk ‘vallen en opstaan’ en dat had niet alleen betrekking op haar paard. “Ik was met haar bezig, maar in de tussentijd gebeurde er ook een hoop andere dingen. Ik viel van de trap en liep een hersenkneuzing op en we zaten net een jaar in ons nieuwe huis. Dat was best een drukke tijd. Als ik dan bezig was met de tuiger dan zat ik met een boek in de wei en ging ik per bladzijde doornemen wat de bedoeling was. Door de kneuzing kon ik dingen minder goed onthouden. Ik heb anderhalf jaar lang grondwerk met haar gedaan en heel veel herhaald, omdat ik soms zelf ook vergat waar we waren gebleven door de drukte. Op een gegeven moment waren we zo ver dat ik erop kon gaan zitten.”

Beleren

“Ik had haar geleerd dat als ik met het trappetje aankwam dat ze dan moest stilstaan. Ik heb er een heel fijn paard aan overgehouden, al is ze nog steeds eigenzinnig en eenkennig. Wat ik met haar kan doen dat kan bijna niemand. Alleen ik was te bang om er in mijn eentje op te gaan zitten. Een dressuurruiter die ik kende heeft mij toen geholpen. Zo heb ik aan de longe op haar leren draven. Uiteindelijk heb ik thuis in de wei een bak gefabriceerd en hebben we heel veel geoefend. Een van mijn dochters is net zo besmet met het paardenvirus als ik en zij heeft mij ook geholpen als ik een keertje niet kon rijden.”

Lot

“Vorig jaar hebben we ook een veulen bij haar gefokt, dit veulen mag ook blijven en is van mijn dochter. In dezelfde tijd kreeg mijn dochter zelf ook een baby, dus ze rijdt wel weer maar nog niet volop. Mijn andere dochter heeft niks met mijn paard, maar rijdt wel een keer in de week op de manege. Mijn zoon heeft net als mijn man helemaal niks met paarden. Terwijl mijn autistische zoon kan lezen en schrijven met mijn paard. Hij kan zo het trappetje naast haar neerzetten en er zonder halster of touw erop gaan zitten. Dan hobbelt hij op haar door de wei. Dat hoeft een ander echt niet te doen. Hetzelfde geldt als de tuiger in de wei ligt, dan kan hij er gewoon naast gaan liggen. Zij is voor ons echt een lot uit de loterij.”

Mennen

“Toen ik geopereerd moest worden aan mijn knie, kon ik een hele tijd niet rijden. Sterker, ik wist ook niet of ik ooit nog weer zou kunnen paardrijden. Dan is mennen wel een heel leuk alternatief. En zo heb ik het mennen opgepakt. Ik heb een recreatieve kar en een wedstrijd kar. Het is gezellig en je neemt mensen mee op de kar. Of je gaat een picknick maken onderweg met het mooie weer. Gewoon lekker de tijd nemen. Dat vind ik super en in Hellendoorn heb je heel veel zandwegen. Ik ben blij dat ik kan mennen, anders had ik er niks meer mee gekund.”

Onderlinge wedstrijd

“Mijn dochter heeft een bijbaantje bij een wat oudere man die zelf ment. Ik heb mijn paard daar een paar weken gebracht en hij heeft haar klaargemaakt voor de kar. Ik men nu ongeveer zes of zeven jaar. Voornamelijk recreatief, maar soms doe ik voor de leuk ook mee aan een onderlinge wedstrijd. Om de week heb ik op woensdagavond les of hebben we een dressuur of vaardigheidswedstrijd. Het is gewoon om te oefenen en voor de lol. Op zondag hebben we zo nu en dan een gastles van een bekende wedstrijdmenner. Na de les of de wedstrijd kunnen we zo vanaf de manege heerlijk het bos in rijden. Daar kan ik echt van genieten.”

Kalm aan

“Bij de laatste onderlinge wedstrijd ging het best goed. De eerste keer was ik vergeten dat er een a, b en c bij nummer twaalf was. Ik zocht meteen naar nummer dertien, waardoor ik heel raar moest draaien. Het kwam niet goed uit en ik vond het al zo gek. De tweede keer waren we foutloos. We gaan echt niet stuiterend hard. Ik wil het netjes doen en de snelheid komt eventueel later wel. Het is meer voor ons plezier en hard gaan hoeft ook niet per se. Als ik soms zie hoe anderen door de hindernissen racen dan doe ik het wel kalmpjes aan, daar kunnen we toch nooit van winnen. We hebben een hele leuke tijd samen met zowel de onderlinge wedstrijdjes als de buitenritjes.”

Rianne de Bruin voor Mensport