In MenSport 3 | Hoe krik je je dressuurscore op?

0
169

Ken je dat gevoel? Dat je de dressuurring uitkomt en best tevreden bent, maar dat de punten dan toch een beetje tegenvallen? Jurylid Peter Bonhof neemt met ons de meest gemaakte fouten door en geeft tips hoe ook jij je scores omhoog kunt brengen.

Dressuurrrijden is gewoon hartstikke lastig. Of het nou onder het zadel is of voor de wagen, het vraagt om gehoorzaamheid, controle, precisie en een stukje gevoel van de menner of ruiter.

Peter Bonhof

Peter Bonhof is al 55 jaar jurylid en keurt nog altijd in zowel de Subtop Dressuur als nationale menrubrieken. “Meteen bij binnenkomst kan ik vaak al wel zien of het een winstpunt gaat worden of niet. Natuurlijk zit ik er wel eens naast, maar direct krijg je een indruk over de aanleuning, het tempo, de harmonie en de ontspanning. Ik verafschuw spanning. Als je ontspannen kunt rijden, komt de rest vanzelf.”

Binnenkomen bij A

Iedere proef begint met het binnenkomen. De eerste punten zijn hier al te verdienen. “Wat ik heel vaak zie is dat mensen te langzaam rijden. De menner moet op zoek naar het juiste, actieve, basistempo en daarmee de proef beginnen.” De eerste proeven beginnen met binnenkomen op de hoefslag maar al snel wordt het binnenkomen op de AC-lijn gevraagd.

Te weinig voorwaarts

“Regelmatig zie je paarden slingeren over de AC-lijn. Vaak omdat de menner het té netjes wil doen en de combinatie te weinig voorwaarts is. Met een enkelspan is het nog moeilijker dan met een twee- of vierspan. Je hebt dan zo een slinger te pakken. Om goed rechtuit te kunnen rijden heb je een actief basistempo nodig.” Wat je ook vaak ziet is dat bij tweespannen de paarden allebei naar binnen of juist naar buiten gesteld zijn.

Stelling en buiging

“Dat heeft alles te maken met het trainen op de juiste stelling en buiging. Stelling en buiging moet vanuit de schouder komen, maar dan moet je daar wel bij kunnen. Best vaak zie ik menners de ring in komen met een té korte zweep, waardoor ze het corrigerende tikje alleen in de lies kunnen geven. Dat is een heel gevoelige plek voor het paard en geeft veel spanning. Je hebt een zweep nodig die tot aan de schouder komt.

Tempowisselingen

Niet alleen op de rechte lijn, maar ook in de voltes wordt er té weinig gelet op de stelling en buiging. Ik zeg altijd; een paard moet vierkant lopen; de achterbenen moeten het spoor van de voorbenen volgen, op de rechte lijn, maar ook in de volte. Wat je heel vaak ziet is dat de menners te veel op de buitenteugel de voltes rijden. Hierdoor zijn de paarden niet juist gesteld en vallen in de voltes naar binnen. Dit moet je gewoon veel oefenen. Op de volte en veel tempowisselingen rijden. Zo krijg je die controle, zowel op de volte als op de rechte lijn.”

Verder neemt Bonhof het halthouden, achterwaarts, diagonalen en hoeken en tempocontrole onder de loep. Hoe komt hij voor die onderdelen tot een beoordeling?

Tips van de jury

  • Maak gebruik van de hoeken
  • Rijd zorgvuldig op de letter
  • Oefen de wending naar de AC-lijn,
    die komt vaak te vroeg of te laat
  • Zorg dat je je proef goed kent
  • Zorg dat je paard goed nageeflijk is
  • Rijd mooie overgangen
  • Denk aan je tempo
  • Zit netjes en vooral ontspannen op de koets